Fragment

I don’t know just what I should do
Everywhere I go I see you
You know it’s what you planned, this much is true
What I thought was beautiful, don’t live inside of
you anymore.
Guns N’ Roses – Street of dreams


Ik kom eraan. De ene voet voor de andere. Het grind knerpt onder mijn schoenen. Een steentje spat weg. Hoor je me al? Voel je me al? Je kijkt niet achterom. Ik vergeef het je. Ik ben vlak achter je. Er verschijnt kippenvel op je huid. Je denkt dat het een briesje is dat kietelt in je nek. Maar het is mijn adem die je zachtjes tegen de haren in strijkt. Nog even en dan ben je eindelijk van mij. Ik heb lang op je moeten wachten. Erg lang. Maar het was het waard. Elke seconde, elke minuut. We hebben tijd genoeg om de schade in te halen. Het gaat om kwaliteit, dat ben je wel met me eens, toch? Jouw lijf tegen het mijne. Kolkende passie, aangejaagd door het ritme van ons hart.
Zeg eens eerlijk, je hebt altijd het gevoel gehad dat er iets ontbrak in je leven, hè? Je gevoel klopt. Die ontbrekende schakel ben ik. Helemaal voor jou. Jouw speld in de hooiberg waar we samen in gaan duiken. Kriebelende sprietjes tussen je tenen. Ragfijn zonlicht op je gezicht. Als een filter dat alle oneffenheden wegneemt. Een gouden gloed twinkelt in je ogen. Je bent zo mooi. Zo mooi en helemaal van mij. Altijd al geweest. Bijna kan ik de passie met je delen, als de schone lakens in mijn bed. Gewassen en gesteven, speciaal voor jou. Als niets is wat het lijkt, gaan lijken over niets. Ja, dat is een doordenkertje, hè. Zie ik je nou fronsen? Een rimpel van onwetendheid tussen je mooie ogen. Dat geeft niet. Er is nog zoveel dat je niet snapt, nog zoveel dat ik je moet leren en vertellen. Het komt allemaal goed. Vertrouw me maar. Soms is pijn onvermijdelijk, maar ik verzorg de blaren waar je op moet zitten. Ik koester ze tot ze weer zijn geheeld. Ik geef zoentjes op je mooie roze velletje, kwetsbaar en teer. Van weerloos naar weerbaar, maar dat gaat niet zonder slag. Je zult mijn stoten voelen tot je me daadwerkelijk hoort. Tot je aan een half woord genoeg hebt om mij te begrijpen. Ik voel de opwinding in mijn lijf. Opgekropt tot een bal die ik je ga toespelen. Kun je vangen? Je mag grijpen met beide handen. In het begin. Later wordt het moeilijker. Maar wie dan leeft, wie dan zorgt. Ik ben de kans die je niet zult missen. Daar zorg ik persoonlijk voor. Ik kom eraan…


1
Ik kijk op de klok. Kwart voor tien. Shit! Over een kwartier staat Sonja al op de stoep. Mijn donkere haar piekt alle kanten uit, behalve de goede, ik heb dringend make-up nodig en wat moet ik in godsnaam aan? Broek, jurk, rokje? Het is al eeuwen geleden dat ik mijzelf naar een kroeg heb gesleept. De laatste mode? Geen idee. Sinds Paul me heeft laten zitten voor een sletje van zijn werk, heb ik het helemaal gehad met mannen. Klaar, over, uit. Wie heeft verzonnen dat een vrouw een man nodig heeft? Ik niet. Onbetrouwbare, egoïstische klootzakken zijn het. Deze stellige overtuiging is al een halfjaar lang mijn beste maatje. Slobbertruien en make-uploosheid zijn het helemaal! Overmatig chocoladegebruik ook trouwens. Lang haar is onnodige ballast.
Sonja trok slechts haar rechterwenkbrauw op toen ik een paar weken geleden gekortwiekt aan haar deur verscheen. Zwijgend sleurde ze me naar binnen, duwde me op de bank en trok een fles wijn open. Ze gaf me haar grootste, tot de rand gevulde wijnglas en ging tegenover me zitten. Nog steeds geen woord. Toen ik ademhaalde om het gesprek te openen was haar reactie: ‘Kop houden en opdrinken. Pas dan gaan we praten.’ Haar dreigende blik liet geen ruimte voor eigen inbreng. Als een gehoorzaam kind dronk ik het glas achter elkaar leeg. ‘En nog één.’ Ze schonk me bij en ook dit glas goot ik braaf naar binnen. Een aangename duizeling nam vrijwel meteen bezit van mijn hoofd.
‘Zo, aan je rode konen te zien ben je nu voor rede vatbaar, Naomi van Heest,’ begon ze haar betoog. ‘Dit kan zo niet langer. Wat Paul je heeft geflikt is ontzettend klote, maar vind je zelf ook niet dat het na zes maanden tijd wordt om door te gaan met je leven en je weer als vrouw te gaan gedragen? Je bent tien kilo aangekomen, kleedt je als een zwerver en kijkt alsof je je laatste oortje hebt versnoept. Dat is die man echt niet waard. Ik wil, nee ik eis, dat de zombie die bezit van je heeft genomen nú vertrekt. Ik wil mijn beste vriendin terug, vandaag nog.’

Lees een extra lang fragment op Leesditboek.nl