Op 20 december 2005 kwam Balou in mijn leven. Precies negen maanden en tien dagen nadat Ron in mijn armen was gestorven.

 

Tien jaar lang deelden we alles samen, genoten intens van alle mooie momenten en steunden elkaar in het moeilijke gevecht dat we dagelijks voor het "gewone" leven moesten leveren. We wisten dat de koek eens op zou zijn, dat we het gevecht tegen de dood niet konden winnen. Maar elke dag uitstel omarmden we. We waren dankbaar en intens gelukkig voor elke seconde samen. Op 10 maart 2005 kwam aan ons geluk toch nog abrupt een einde. Om 12.30 uur voelde ik zijn laatste hartslag en streelde zijn laatste ademhaling mijn wang. En daar stond ik dan. Alleen. Zonder de liefde van mijn leven, mijn maatje, mijn alles.

De eerste maanden was ik murw, dood van binnen. Mijn levenslust had zich ergens onvindbaar verstopt en stiekem wilde ik ook dood. Ons eens zo gezellige huis werd een soort doorvoerstation waar ik alleen at en sliep. Het was er te stil, ik had er geen rust. Ik was altijd op pad, op de vlucht voor de eenzaamheid, de pijn en het verdriet. Als ik niet als een idioot door het land scheurde was ik zeven dagen per week aan het werk als journalist en recensent. Ik zou dat niet volhouden. Er moest iets veranderen...

  Balou in Bosnië, onder op de foto samen met Wilma van Stichting Dierenopvang Bosnië (2005)

Toen Ron nog leefde zei ik wel eens gekscherend: “Als jij dood bent, neem ik een hond”. Mijn verlangen naar zo’n warm beestje werd steeds groter. Terwijl ik voor mijn werk een interview voorbereidde met Wilma de Joode, voorzitter en oprichter van Stichting Dierenopvang Bosnië (SDB), werd ik op slag verliefd. Niet op Wilma, maar op Balou. Een prachtige, Bosnische hond dat snakte naar een baasje dat haar veiligheid, liefde en aandacht kon geven. Nadat ze een jaar in Bosnië op straat had gezworven, werd ze met haar nest puppies naar een asiel in de Bosnische plaats Tuzla gebracht. Haar puppies gingen al snel dood. En zelf kwam ze twee jaar lang haar houten hokje amper uit, omdat ze zo bang was. Haar foto op de website van SDB smeekte me om haar in huis te nemen. Ik besloot mijn hart te volgen en tweeënhalf jaar geleden trippelde Balou mijn woonkamer binnen.

  Kim en Balou samen in Utrecht (2005)

Eerste kennismaking
Onze eerste kennismaking was fantastisch en de klik was enorm. Op de foto’s is te zien hoe ik voor het eerst weer eens echt blij en gelukkig kijk na de dood van Ron. Thuiskomen is weer een feest geworden, de leegte is weg. Al in de auto verheug ik me op dat zwarte kwispelkontje dat vol verwachting achter de deur op me zit te wachten. De blijdschap in haar ogen dat ik er weer ben, maakt mijn hele dag goed. Tegen alle roedelregels in mag ze op de bank en slaapt ze bij me op bed. Ze snurkt als een oude vent en blaft zachtjes in haar slaap en ik vind het heerlijk. Soms springen de tranen in mijn ogen als ik naar haar kijk. Dan denk ik aan het bange, getraumatiseerde hondje dat ze was toen ze voor het eerst een poot over mijn drempel zette. Aan hoe ze ineenkromp als je alleen je stem maar verhief of een onverwachte beweging maakte. God weet wat haar allemaal is aangedaan in het land dat nog steeds probeert op te krabbelen na een vreselijke oorlog.

  Kim met Balou, "die rare hond uit Bosnië" (2007)

Balou is niet zomaar een hond. Ik heb haar misschien gered (met dank aan Wilma van SDB die haar naar Nederland haalde), maar zij is net zo goed mijn redding geweest. Balou was een belangrijke spil in de zoektocht naar mijn verloren levenslust, optimisme en rust. Door haar werd mijn huis weer een echt thuis. Balou verdient een lintje.